Margje Heintze

 

Ik hou van ‘kijken’. Als antropoloog heb ik geleerd de culturele bril waardoor we kijken te onderzoeken. Jaren later op de kunstacademie ging kijken vooral over vorm, licht, en kleur, maar ook over uit je ingesleten kijkpatronen stappen.

Tijdens een lange fietsreis ontdekte ik een andere vorm van waarnemen. Als antropoloog smulde ik van al die landen. Tegelijkertijd landde ik, vanaf de woestijn als vanzelf, in non conceptueel waarnemen. Ik kende dat wel, maar nu kon ik daar zonder moeite langdurig in zijn. Misschien door het langzame tempo samen met het verlies van interpretatiekaders (niet echt snappen wat ik zie, van de taal, van de gebruiken) en een ‘lege’ woestijn? Ook al was het stoffig, soms uitputtend en gevaarlijk, het bleef een eindeloos prachtig veranderend spel om te zien. Door later de zijnstraining te volgen kan ik hier nu meer bewust naar toe sturen en er woorden aan geven. Non conceptueel waarnemen is zo de basis van mijn schilderen geworden. Het begint ermee en alles verandert ermee. Het liefst blijf ik waarnemen. Op moment van schilderen lijkt (is?) het ondoenlijk het niet stollende spel op papier te krijgen. Psychekrampen komen aangerend. Hier begint voor mij de uitdaging. De uitdaging om dat wat op papier verschijnt met diezelfde open blik te blijven waarnemen.    

Kunst laat, denk ik, een ander perspectief zien en horen. Misschien wijst elk getransformeerd werk (het plaatje overstijgend), ongeacht genre, vorm en jaartal, wel naar non dualiteit?

Scroll naar boven